Beelden bij Het Verdeelde Land, België 1830-2025
We willen hier wat illustratiemateriaal etaleren bij het boek 'Het Verdeelde Land'. De meeste (en niet zo talrijke) beelden van het communautair conflict in België zijn gemakkelijk terug te vinden. Onder meer de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, die online te raadplegen is, heeft met heel veel zorg illustratiemateriaal over dat onderwerp verzameld. Hier willen we trachten wat meer origine beelden bijeen te brengen. Al is de foto in de kop van deze pagina vermoedelijk een heel bekende: de felle toespraak waarmee eerste minister Leo Tindemans op 11 oktober 1978 vanop de tribune van de Kamer zijn eigen regering opblies. Het blijft één van de meeste iconische momenten uit de Belgische parlementaire geschiedenis.
Prelude
Het laatste huis van Hendrik Conscience, de vader van de Vlaamse letteren, waar hij op 10 september 1883 overleed, vandaag in de Vautierstraat. Het was de ambtswoning van de conservator van het museum van de schilder Antoine Wiertz in Elsene bij Brussel. Conscience was daar door de liberale regering benoemd, om vooral veel tijd te hebben om te kunnen schrijven. Het was daar dat hij twee jaar voor zijn dood een grootse hulde kreeg, ook door Franstalig België. Huis, museum en tuin bestaan nog altijd zoals ze toen waren.
Genese (1830-1893)
Historici kunnen uren mijmeren bij het relatieve van plaatsnaamborden waar het hedendaagse Vlaanderen zo kwistig in is. Vroenhoven heette anno 1780 nog Montenaken, was deel van het grondgebied van Maastricht en viel dus onder het gezag van Den Haag. Limburg was toen de naam van een hertogdompje aan de Vesder rond de stadjes Verviers, Limburg en Eupen, dertig kilometer te zuidoosten van Montenaken. Vlaanderen was de naam van een graafschap waarvan de buitengrens vijf dagreizen westelijker lag. De ook pas in 1830 ingevoerde naam 'België' is dankzij de opening van de Europese grenzen inmiddels verdwenen.
Eén van de weinige bestaande illustraties van de hongersnood, die vooral de provincies Oost- en West-Vlaanderen trof eind 1846, begin 1847. Het lijdt weinig twijfel dat die ramp, waarin naar schatting 50.000 mensen het leven lieten (ook door de even traditionele tyfusepidemie die samen met de honger toesloeg) heeft bijgedragen aan de bewustwording hoe diep het eens zo glorierijke (graafschap) Vlaanderen gevallen was. De prent is afkomstig van het Centrum voor Agrarische Geschiedenis in Leuven.
De nog jonge Jan Decleir als Jan Breydel in de verfilming van Consciences Leeuw van Vlaanderen door Hugo Claus in 1984. Mark Schaevers verhaalt in zijn recente, schitterende biografie van Claus hoe die in de aanloop naar de productie als scenarist door de Commissie van Toezicht van het Vlaamse ministerie van Cultuur gevraagd werd om het aantal vloeken te beperken. Honderd veertig jaar eerder was Conscience zelf naar het aartsbisdom in Mechelen geroepen, waar kanunnik Van Hemel hem onder meer vroeg Jan Breydel wat minder te laten vloeken in zijn 'Leeuw'.
Een affiche van de nieuwe Antwerpse Meetingpartij bij de verkiezingen van 1863. Het was in de sowieso meest Vlaamsgezinde stad dat de tot dan hoofdzakelijk literaire Vlaamse Beweging een politieke doorbraak kende. Zij verenigde het verzet tegen de plannen van koning Leopold I om de stad met forten te omringen, en zo tot vesting en schuiloord te maken bij een eventuele buitenlandse (in die tijd vooral: Franse) militaire aanval. Antwerpen was door het uitgesproken meerderheidsstelsel dat werd toegepast bij verkiezingen, samen met Gent, de cruciale swing state bij parlementsverkiezingen.
Guido Gezelle in zijn Kortrijkse jaren tussen 1872 en 1889. De onderdanige onderpastoor, die altijd gewantrouwd en misprezen werd door zijn oversten, inspireerde als geniale dichter en polemisch journalist ongewild een onwaarschijnlijk aantal volgelingen tot fel engagement voor Kristus en Vlaanderen. Dat laatste in de even volkse als reactionaire variant die hij uitdroeg. Het is, tot op vandaag, de hoofdtoon in de brede Vlaamse samenleving.
Edward Coremans, de vergeten aartsvader van de taalwetten. Een Antwerpse advocaat en burgerman, helemaal à la mode, doordrongen van Franse cultuur. Een homme à femmes, formeel katholiek, maar met een overduidelijk 'onzedige' ets van Félicien Rops aan de muur van zijn kantoor. Twee en veertig jaar lid van de Kamer, met de Vlaamse taal als zijn unique selling proposition en niche, maar met veel resultaat.
Democratie (1894-1914)
August Beernaert, de Brusselse advocaat, die van 1884 tot 1894 de katholieke regering leidde, bleef tot aan zijn dood in 1912 zeer invloedrijk. Hij won in 1908 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn rol in de oprichting van het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag. Beernaert leerde van zijn mentor en voorganger Jules Malou dat hij geen schrik moest hebben van het algemeen stemrecht. En hij bracht vanop vakantie in Zwitserland het idee van evenredige vertegenwoordiging in het Belgisch kiesstelsel mee. Beernaert voerde met evenveel brio als moeite in de jaren 1891-1893 de eerste grondwetsherziening door. Die bracht in één keer 28 militante socialisten in de Kamer. Ze dwong Beernaert zelf om voor het eerst, en vanaf een geschreven tekst, zijn kiezers in het Westvlaamse arrondissement Tielt in het 'Vlaams' aan te spreken.
Bij de wereldtentoonstelling van 1905 mocht Luik nog eens schitteren als de vooruitstrevende en moderne stad van industrie en technologie die ze al een eeuw was. Maar op het druk bijgewoonde Waals Congres in de marge van dat groots gebeuren, klonk voor het eerst een waarschuwende stem: of Vlaanderen niet bezig was zijn economische achterstand in te halen, en of op Wallonië toch niet een beetje sleet begon te zitten?
Een proefboortoren in de eerste jaren van de twintigste eeuw in het nog uitermate landelijke Genk in Limburg. De ontdekking van steenkool in het nabije As in 1901 bracht een hype op gang. De Brusselse ambtenaar Lodewijk de Raet ging zich afvragen en uitzoeken hoe de ontvoogding van Vlaanderen ook en vooral economisch onderbouwd moest worden. En net als zijn oude schoolgenoot August Vermeylen en de Gentse hoogleraar Julius MacLeod zag hij goed onderwijs in de eigen taal als essentieel voor de ontvoogding van het volk in Vlaanderen
Kardinaal Mercier (midden op de foto bij een bezoek aan de zusters Ursulinen van Mechelen in 1915) was een charismatische figuur, die uitgroeide tot symbool van verzet tegen de Duitse bezetter in de Eerste Wereldoorlog. Hij droeg de reputatie van relatief vooruitstrevende filosofieprofessor in Leuven met zich mee, en sprak ook 'Vlaams'. Maar hij hield vast aan het achterhaalde idee van Frans als ultieme taal van wetenschap. Hij werd zo in 1906 het mikpunt van de eerste Vlaamse ontvoogdingsbeweging binnen de katholieke zuil tegen het gezag van de bisschoppen. Die zou later verlengstukken krijgen in 1926 en 1966-68. De ontvoogding van de katholieke leken is een essentieel element van emancipatie in de geschiedenis van het hedendaagse Vlaanderen.
In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 1912 kondigde de socialistische partij al 'de zegepraal van het Algemeen Stemrecht' aan. De katholieke regeringsboot zou op de klippen slaan, met aan boord (vlnr.) regeringsleider Charles de Broqueville, kardinaal Mercier, Jules Renkin, Joris Helleputte, August Beernaert (met de slurf), Henry Carton de Wiart, Charles Woeste (het groene mannetje op de boeg) en (vermoedelijk) Paul Berryer. Het driekoppig mannetje dat aan het verdrinken is symboliseert het meervoudig stemrecht. (AMSAB Gent bezit een Vlaams exemplaar van de prachtige affiche; af en toe duiken er nog exemplaren van op in veilingen)
Een Parijse operadiva als Vlaamse maagd. Georgette Leblanc, de partner van Maurice Maeterlinck en in de jaren 1890 vertolkster van Thaïs in de gelijknamige opera van Jules Massenet (op de foto in het midden), poseerde anno 1899 voor de Brusselse (en van Kortrijk afkomstige) beeldhouwer Godefroid (Godfried) Devreese (foto rechts). Zij inspireerde overduidelijk het beeld van de Maagd van Vlaanderen (foto links) dat Devreese enkele jaren later maakte voor het Groeningepark in zijn geboortestad, al merkte - voor zover we weten - niemand dat toen op. Het hele verhaal vind je onder 'Media' op deze website. Devreese was één van de vele Franstalige artiesten uit Vlaanderen die de royale Belgische Belle Epoque uitdroegen, vaak tot in Parijs.
Taalstrijd (1914-1935)
De Duitse kanselier Theobald von Bethmann-Hollweg vond het op 3 maart 1917 nuttig om de leiding van de Raad van Vlaanderen naar Berlijn uit te nodigen. Die Raad was kort voordien op Duits initiatief opgericht om de autonomie van Vlaanderen binnen het door Duitsland bezette België te belichamen op het internationaal toneel. Von Bethmann-Hollweg maakte zijn keizer, Wilhelm II, wijs dat Vlaanderen in een brede massabeweging op het punt stond de onafhankelijkheid uit te roepen. Daarom leek het hem ook nuttig een foto van zijn prima uitgedoste gasten te verspreiden, voor de Reichskanzlei in de Wilhelmstrasse. Tot ontzetting van die Vlaamse delegatie zelf, die wist dat ze in eigen land uitgespuwd werd en die tot dan anonimiteit had nagestreefd. De vierde van links is August Borms.
Koning Albert (de lange man rechts) met generaal Ferdinand Foch, op dat moment nog chef van de Franse generale staf, in het legerkamp van Houtem bij Veurne in 1917. In de pastorij van dat dorp bevond zich het hoofdkwartier van het Belgisch leger. Er waren ook vliegtuighangars, zoals op de foto te zien is, en een startbaan. Begin 1918 hield de koning daar enkele ministerraden om te zien hoe men de Vlaamse kwestie zou aanpakken. Dat leverde, vanwege de verdeeldheid van de regering en de twijfels van de koning zelf, geen resultaten op.
Zoals in alle legers tijdens de Eerste Wereldoorlog creëerden de lamentabele omstandigheden aan de frontlijn ook in het Belgisch leger opstandigheid onder de soldaten. Die kreeg een uitgesproken Vlaams-nationalistische invulling, vanwege de mistoestanden inzake taalgebruik, onder meer inzake bevelen die over leven of dood van soldaten konden beslissen. De initiële impuls was een beweging om Vlaamse gesneuvelden zerken met opschriften in hun eigen taal (niet enkel in het Frans) mee te geven. Al dan niet met AVV-VVK, zoals hier op een tekening van Joe English, de schilder uit Veurne. Daaruit is dan de bredere Frontbeweging ontstaan. Die zorgde voor het nodige tumult en finaal ook enkele tientallen deserties, maar heeft nooit de omvang van een muiterij aangenomen zoals dat wel het geval was in alle legers van de grootmachten.
De Antwerpse katholieke en flamingantische volksvertegenwoordiger Frans van Cauwelaert (links, met lange baard) greep na de gemeenteraadsverkiezingen van 1920 de opportuniteit om via een afscheuring van de conservatieven in de Antwerpse katholieke partij een coalitie te sluiten met de socialisten van Camille Huysmans (rechts) en zelf burgemeester te worden. Een dergelijke coalitie was onuitgegeven en brak een absoluut taboe. Het hele land stond op zijn achterste poten, de regering en koning Albert inbegrepen. Merk hoe op de liberale affiche voor de parlementsverkiezingen van 1921 (in het bezit van Liberas in Gent) het zogenaamde 'mystiek huwelijk' van Antwerpen veroordeeld werd als 'demagogisch', het equivalent van ons hedendaags 'populistisch'. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd een dergelijke coalitie steeds meer de regel in heel België.
De buitenlandse politiek werd tussen de twee wereldoorlogen een communautair strijdpunt, dat verbonden geraakte met binnenlandse kwesties. België kon in de eerste jaren na 1918 enkel nog op Frankrijk rekenen als bondgenoot. Het trok daarom vanaf 1920 mee met de Fransen met troepen het Rijnland en het Ruhrgebied in om herstelbetalingen af te dwingen (en om de Fransen in het oog te houden). Dat verliep niet altijd even zachtzinnig. De foto toont de ravage in een treinwagon met Belgische militairen na een bomaanslag nabij Duisburg in de nacht van 29 op 30 juni 1923. Er kwamen tien verlofgangers om.
De verkiezingsaffiche van de Frontpartij bij de tussentijdse verkiezing in Antwerpen in december 1928. August Borms was lijsttrekker (het origineel in het Letterenhuis in Antwerpen). De gewezen Antwerpse atheneumleraar zat, als veroordeeld activist, al bijna tien jaar in de cel. Hij was eerst ter dood veroordeeld. Nadien was dat omgezet in levenslang. Maar in het besef dat hij op martelaarschap aanstuurde, bood de Belgische regering hem herhaaldelijk vrijheid aan, in ruil voor het zich verder onthouden van elke politieke activiteit. Borms wees dat telkens af. De Antwerpse kiezers plebisciteerden hem. Hij werd kort nadien vrijgelaten, maar mocht niet zetelen als Kamerlid.
De liberalen, gedomineerd door de Brusselaars rond de fel anti-flamingantische Paul Hymans en door Franstalige burgers in Vlaanderen, wilden bij de parlementsverkiezingen van 1932 de vaderlandslievende kiezers wijzen op alle vreselijke gevaren: de klassenstrijd, het communisme, het separatisme, en zelfs - op gelijke hoogte - de Boerenbond (overigens de enige arm van de octopus die langs dijen en borsten van vrouwe vaderland oprukt) . De Boerenbond groeide tussen de twee Wereldoorlogen in Franstalig België uit tot het spookbeeld bij uitstek van de dreigende dominantie van de achterlijke, hypergelovige, en veel te hard kinderkwekende Vlaamse boeren. Arabische migranten vandaag kunnen dat herkennen. (affiche bij Liberas in Gent)
De Ijzerbedevaart van 1929, met de Ijzertoren nog in opbouw, trok de grote massa. Zo veel volk, misschien wel 100.000 deelnemers, dat de wei onder de Ijzertoren niet volstond om het op te vangen. Het was het symptoom, naast de forse electorale doorbraak van de Frontpartij in 1929, van het groeiend ongeduld in de Vlaamse massa over een werkelijke doorbraak naar erkenning van haar taaleisen toe. De regering van de Brusselse katholiek Henri Jaspar besefte op dat moment al twee jaar dat er inderdaad een koerswijziging nodig was, en voerde die ook door, met onder meer met de definitieve vernederlandsing van de Rijksuniversiteit Gent in oktober 1930. (Foto onder meer bij ADVN in Antwerpen)
Confrontatie (1935-1961)
Joris Van Severen (de spreker) op één van de meetings van het Verdinaso in de vroege jaren dertig. De gewezen Westvlaamse volksvertegenwoordiger van de Frontpartij was de eerste om voluit de fascistische toer op te gaan, uniformen, logo's en leiderscultus inbegrepen. Maar nadat de Belgische overheid vanaf 1934 tot harde vervolging overging, koos Van Severen voor een Grootnederlands nationalisme dat ook voor Belgische patriotten aanvaardbaar kon zijn. Het leverde hem interesse op in de Brusselse salons. Maar bleek niet voldoende om hem op 10 mei 1940 uit de handen van de Staatsveiligheid te houden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld VNV-leider Staf De Clercq. Tien dagen later executeerden Franse troepen hem en 20 andere gevangenen in Abbeville. (Foto ADVN)
Scène uit 'Misère au Borinage', de documentaire van Henri Storck en Joris Ivens over de stakingen van 1932 in en om Mons. De Borinage, waar enkel steenkoolmijnen waren, was al ruim een eeuw de regio met de felste uitbuiting. In 1936 legden de werkers er opnieuw het blok op, als deel van de algemene staking toen. In beide jaren ontwikkelde de stakingsbeweging zich spontaan, liepen socialistische vakbond en partij de feiten achterna en wilden ze maar al te graag de schuld in de schoenen van communisten schuiven. Beide evenementen droegen wel bij tot een diep besef dat de glorietijd van de Waalse industrie voorbij was.
Staf De Clercq (aan het spreekgestoelte met burgerkostuum en baard) tijdens een meeting voor het ronselen van Vlaamse vrijwilligers voor de Duitse oorlog in de Sovjetunie in 1941. De Clercq had, als Leider van het VNV, zichzelf en de partij toen al helemaal geëngageerd in de collaboratie. Het decor laat daar weinig twijfel over. De onderwijzer uit het Pajottenland was voor 1914 al Vlaams militant geweest, maar had zich in augustus 1914 bij het Belgisch leger gemeld als vrijwilliger. Hij was na 1918 een hardwerkend parlementslid van de Frontpartij geworden, die zich, via lokale inzet en dienstbetoon, telkens van de nodige stemmen voor herverkiezing verzekerde. Na 1930 ging hij eerder schoorvoetend het modieuze fascisme uitdragen. Totdat hij zich vanaf 1937 voor dienst in Berlijn meldde, om zijn eigen machtspositie in het VNV te handhaven. (Foto AMSAB)
De enige foto die is overgebleven van de betoging van de verzetsbewegingen in de straten van Brussel van 25 november 1944. Vooral communistische militanten drongen aan op het ontslag van de regering, omdat die 'de verraders beschermde'. De manifestatie van zo'n 5000 man eindigde net niet in een bloedbad aan de Wetstraat Zestien. De Britse premier Churchill had het op 8 december in het Lagerhuis in Londen over een 'mislukte staatstgreep' en dankte de Amerikaanse opperbevelhebber Eisenhower en de Britse eenheden dat ze de Belgische rijkswachters hadden bijgesprongen. (Archief VRT/SOMA)
Willy Vandersteen gaf in 'De Zwarte Madam', het vijfde album van Suske en Wiske dat begin 1947 verscheen, goed weer hoe men in Antwerpen de repressie na de Bevrijding had ervaren. De Zwarte Madam, die overduidelijk een Frans accent heeft, roept via de radio 'alle mannen die gaarne met een hele hoop iemand aframmelen' op om Lambik 'op te sporen, te verklikken, te vangen, te radbraken of van kant te maken.' En ze voegt eraan toe: 'Bien compris om de rust in het land te verzekeren.' En zo geschiedde.
Affiche van de Luikse socialisten bij de parlementsverkiezingen van 4 juni 1950, op het hoogtepunt van de Koningskwestie. Het besef dat België steeds meer gedomineerd werd door katholiek Vlaanderen, zat diep. De terugkeer van koning Leopold III, die men overduidelijk als rechts inschatte, zag men in Wallonië, waar links sinds 1918 een absolute meerderheid had, als een verdere stap in die richting. Niet uitgesproken was het in Luik zeker aanwezige gevoel dat de Vlamingen zelfs in de eigen socialistische partij en vakbond teveel te zeggen hadden. (Affiche bij AMSAB)
Max Buset, sinds 1945 voorzitter van de socialisten (de man in kostuum en met kalend hoofd rechts op de foto), op 2 augustus 1950 bij het eerbetoon aan de vier slachtoffers van een rijkswachtsalvo drie dagen eerder voor het Café de la Boule Rouge in Grâce-Berleur (een voorstad van Luik, vandaag deel van Grâce-Hollogne). De koning was op 2 augustus net een dag afgetreden. De socialistische beweging, zeker in Wallonië, kan zich over vele decennia heen, op een indrukwekkende lijst van slachtoffers beroepen die onder rijkswachtvuur omkwamen. Tijdens de staking van 1960-61 vielen nog eens vier doden onder kogels van de gendarmen. (Foto Collection ALPHAS, Luik)
André Renard, de Luikse socialistische vakbondsleider (in het midden, met sigaret in de vingers) tijdens de eerste, niet zo grote betoging van de Mouvement Populaire Wallon in de straten van Luik op 15 april 1962. Renard, die in Vlaanderen als een demon werd afgeschilderd, was een leerling van Hendrik De Man en een man van overleg. Maar hij begreep ook heel goed wanneer in zijn Luik radicaal stoom moest worden afgelaten. Daarin toonde hij zich retorisch heel bedreven. Renard besefte de economische neergang van Wallonië en hoopte op een eigen bestuur dat daar een einde aan zou maken. Hij stierf drie maanden na deze betoging aan een beroerte. Helemaal links op de foto, met sigaret in de mond, een jonge partij-ambtenaar uit Flemalle: André Cools. (Collection ALPHAS)
Kanalisering (1962-1994)
Er bestaan niet zoveel kaarten van de taalgrens zoals die in 1962-63 werd vastgelegd. Bovendien blijken die vaak grondig verschillend. Deze hierboven geeft de verschuivingen van die jaren weer, op basis van de gemeentestructuren van na de fusies van 1976. Dat maakt het iets overzichtelijker. Ook de aanduidingen lijken mij de meest correcte die ik vond. (Wie de kaart maakte kon ik niet achterhalen, al staat onderaan rechts de vermelding Cartpress, wat ik me nog herinner als de leverancier van kaarten aan De Standaard onder meer)
De kaart van de 19 gemeenten van Brussel (lichtgrijs) en de zes faciliteitengemeenten (donkergrijs) die sedert 1962-63 ongewijzigd is gebleven, ondanks herhaalde pogingen om ze nog te veranderen nadien. Merk ook de vreemde vorm van Brussel-Stad, dat altijd de controle over de acht omliggende gemeentes wilde recupereren die het voor 1789 bezat, maar zich uiteindelijk met enkele territoriaal slecht afgelijnde brokken moest tevreden stellen. Zie onder meer hoe de (Brusselse) Louizalaan Elsene in twee splitst. (De kaart is afkomstig uit 'Het nieuwe België' van Marc Platel uit 1993)
Paul Vanden Boeynants op de affiches voor de verkiezingen van 31 maart 1968. De aftredende premier weigerde in Brussel een taalkeuze te maken, ook al was de CVP, de partij die hij tot 1966 voorzat, in twee gescheurd. Hij kwam in de hoofdstad met een eigen lijst op, en haalde een record aan voorkeurstemmen. Na de grondwetsherziening van 1970 moest Vanden Boeynants, die Vlaamse ouders had die van Mechelen naar Sint-Gillis waren verhuisd, toch een taalkeuze maken in het parlement. Hij koos logischerwijs en tegen zijn zin in voor de Franse taalrol.
De intocht van het Belgische leger in Malmédy in augustus 1919. De Pruisische kantons Malmédy en Eupen, die tot 1795 tot de Nederlanden hadden behoord, werden bij de Vrede van Versailles in juni 1919 aan België toegewezen. De Belgen losten twee maanden later de Britten af, die het gebied tot dan hadden bezet sinds de wapenstilstand van november 1918. Malmédy was, samen met het hudige Waismes, de enige dominant-Franstalige gemeente in het gebied. In de andere gemeenten voerden de Belgische autoriteiten tot in de jaren 1960 een verfransingspolitiek. Pas vanaf toen begon de aanvaarding van de Duitstaligheid, die in 1970 naar de erkenning van een Duitstalige Gemeenschap leidde, zonder Malmédy en Waismes.
Het gloednieuwe ministercomité voor Waalse Aangelegenheden, dat in 1974 gevormd werd als embryo van een Waalse regering. Het functioneerde nog binnen de federale regering van Leo Tindemans, in het kader van de zogenaamde 'voorlopige gewestvorming'. Alfred Califice (midden, zittend), een christendemocraat uit Charleroi, zat het voor. François Perin (rechts vooraan), de Luikse grondwetspecialist en voorzitter van het Rassemblement Wallon, maakte er deel van uit, nadat hij de doorbraak naar een Waals gewest mee had geforceerd in 1970. Zijn assistent aan de Luikse universiteit, Jean Gol (staande links), die in het RW militeerde, hoorde er als staatssecretaris voor Streekeconomie ook bij. Beiden stapten in 1976 over naar de liberalen, toen het RW door interne ruzies uiteenviel. Gol werd later voorzitter van de Franstalige liberalen, en vice-premier.
De omslagtekening van 'Pest in het Paleis', het (geniale) satirisch stripverhaal van Guido Van Meir en Jan Bosschaert uit 1983. Daarin werd het rooms-blauwe kabinet Martens V, dat een hard besparingsbeleid doorvoerde, geportretteerd als het Spaans bewind ten tijde van Alva in de zestiende eeuw. Kloksgewijs vanaf linksonder: Guy Verhofstadt, Herman De Croo, Jean Gol, Paul Vanden Boeynants, koning Boudewijn en koningin Fabiola, Karel Van Miert, Willy Claes, Wilfried Martens, Willy De Clercq. Boudewijn en Martens zouden dat kabinet eind 1987 versneld aan zijn einde brengen.
Philippe Moureaux (links), de sterke man van de Brusselse PS, en José Happart (rechts), de leider van de Action Fouronnaise, in gesprek ergens in de jaren tachtig. Happart was in die tijd door PS-voorzitter Spitaels in zijn partij gehaald, mede als breekijzer naar de roomsblauwe regering toe. Maar nadat de Voerense fruitteler bij de Europese verkiezingen van 1984 als populairste Waalse politicus ooit uit de stembus trad, verloor de partij de controle over hem. Hij manifesteerde zijn openlijke oppositie tegen het regeerakkoord van de PS met Jean-Luc Dehaene op de 1-mei-viering van 1988 in Luik. Moureaux riep de demonstranten toen toe of zij dan liever een 1er mai facsiste wensten. Finaal kregen Spitaels en de PS, met de hulp van Dehaene, de onrustige en razend populaire Voerenaar wel gelijmd, en onder controle.
Jean-Luc Dehaene in 2012, twee jaar voor zijn dood, in zijn natuurlijke biotoop van het kasteel van Hertoginnedal. Hij presenteerde er toen zijn omvangrijke en uitermate boeiende memoires. Dehaene was twee jaar eerder nog eens gevraagd een communautaire knoop - BHV! - te ontwarren met zijn formidale onderhandelingscapaciteiten, die initieel nochtans als politieke 'loodgieterij' waren afgedaan. Hij stuitte toen op het ongeduld van de jonge liberale partijvoorzitter Alexander De Croo. De derde en vierde staatshervorming van 1989 en 1993 bleven echter onomstreden zijn meesterproef. (Foto Bart Dewaele)
Vervreemding (1994-2025)
Cartoon van Erik Meynen uit juni 2003 over de start van de tweede regering Verhofstadt. Meynen alludeerde op de bijwijlen euforische communicatie van het kabinet, toen nog een nieuwigheid. Het deed de nieuwe partij N-VA, die de conservatievere voortzetter van de Volksunie wilde zijn, in haar initiële communicatie benadrukken dat 'politiek als amusement' had afgedaan. Merk overigens op hoe Meynen, net als in het hierboven vermelde 'Pest in het Paleis', overwegend Vlaamse politici opvoert. Dat benadrukken van vooral politici uit het eigen landsdeel is een fenomeen dat in België voor 1970 veel minder bestond. Het signaleert de toenemende vervreemding tussen Vlamingen en Franstaligen.
Op Valentijnsdag van 2004 kondigden N-VA voorzitter Geert Bourgeois (links op de foto) en CD&V-voorzitter Yves Leterme (rechts) aan dat zij een kartel zouden vormen voor de Vlaamse verkiezingen in juni van dat jaar. Het had, voor beide partijen, op dat moment iets van een wanhoopspoging. 'De lamme helpt de blinde, de kabouter kruipt op de dwerg', zo beschreef Bart De Wever, toen nog ondervoorzitter van N-VA, dat later.
’
PS-voorzitter Elio di Rupo (links) en zijn N-VA-collega Bart De Wever (rechts, toen nog ruim honderd kilo zwaar), schudden elkaar de hand in het stadhuis van Brussel op 11 juli 2010. Beiden hadden, als de winnaars van de verkiezingen van 13 juni, een weekend eerder samen met enkele getrouwen in het afgelegen Vollezele in het Pajottenland gedurende twee dagen het terrein verkend voor een mogelijke samenwerking. Maar voor de N-VA, die in een minimum van tijd geëxplodeerd was tot veruit de grootste partij van België, was het duidelijk nog te vroeg. Elio Di Rupo greep zijn kans, maar had nog anderhalf jaar tijd nodig om premier te worden.